Krokus

Acrylverf op doek 160 x 160 cm, 1998

In dit schilderij waarop twee krokussen elkaar kussen gebeurt iets wat tegelijk heel eenvoudig en vreemd is: een beeld dat we normaal alleen in taal laten bestaan, wordt plots letterlijk zichtbaar. De bloem is niet langer alleen bloem, maar ook handeling. Daardoor verschuift de aandacht van wat we zien naar wat we begrijpen.

Twee krokussen dragen iets zachts in zich — ze zijn kwetsbaar, kortstondig, ze verschijnen vroeg in het jaar alsof ze onzeker zijn. De fragiliteit wordt een poëtische botsing tussen natuur en taal. De bloem krokus en het woord kussen vallen samen in één beeld.

Het resultaat is een beeld dat een kleine verschuiving veroorzaakt in de manier waarop we naar dingen kijken: bloemen worden even geen stille objecten meer, maar actieve deelnemers in een taal.