Acrylverf op doek 160 x 160 cm, 2021
In dit schilderij van een narcis die zichzelf bewondert, wordt een eigenschap die we normaal aan mensen toeschrijven — ijdelheid — samengebracht met een bloem. De narcis is geen gewone afbeelding van een plant, maar een spiegelende figuur. De bloem buigt zich naar zichzelf toe, niet om zich aan te passen aan de omgeving, maar om die omgeving te vervangen door zijn eigen aanwezigheid.
Het werk observeert hoe taal gedrag kan projecteren op dingen die daar eigenlijk buiten staan. Een bloem kan geen ego hebben, en toch herkennen we iets in die houding dat we ‘vol van zichzelf’ noemen.
De zelfingenomenheid van de bloem is geen karikatuur van een mens, maar een verschuiving van categorieën: plant en karakter vallen even samen. Je kijkt naar een narcis, maar ook naar het idee van narcisme zelf, dat zich even in de natuur heeft genesteld. Het werk toont hoe woorden niet alleen beschrijven wat we zien, maar ook mee vorm geven aan hoe we kijken.
