Beschaamd

Acryl op diaschermen, 2026 (studie)

Dit tweeluik vertrekt van een ogenschijnlijk eenvoudige vraag en een even eenvoudig antwoord. Op het eerste scherm vraagt een naakte vrouw zonder schaamhaar: “Ben je niet beschaamd?” Op het tweede scherm verschijnt ongeveer dezelfde vrouw, gespiegeld en voorzien van schaamhaar die antwoordt: “Ja, enorm.”.

Het werk speelt met de dubbele betekenis die in het Nederlandse woord beschaamd verborgen lijkt te zitten. Wat doorgaans wordt begrepen als een emotionele toestand – vervuld van schaamte – wordt hier letterlijk gelezen als: voorzien van schaam. Door taal letterlijk te nemen, ontstaat een absurdistische verschuiving waarin betekenis kantelt en woorden hun vanzelfsprekendheid verliezen.

Zoals vaker in woordspelingen onthult de humor een ernstiger laag. Het werk stelt vragen over lichaam, moraal en de manier waarop taal onze werkelijkheid vormgeeft. Tussen schaamte en schaamhaar blijkt minder afstand te liggen dan op het eerste gezicht lijkt.

Beschaamd is niet alleen een woordspeling. Het is een kleine semiotische valstrik: de kijker lacht eerst om de letterlijke interpretatie van beschaamd, maar beseft vervolgens dat die interpretatie alleen mogelijk is omdat taal zelf die dubbele lezing ongemerkt toelaat.

Dat de twee vrouwen elkaar via de telefoon spreken, is niet toevallig. Ze kunnen elkaar niet zien. De ‘onbeschaamde’ vrouw weet dus niet dat haar gesprekspartner letterlijk van schaam(haar) voorzien is. De fysieke opstelling van de twee schermen, rug aan rug, zet die blindheid voort: ook de kijker kan vraag en antwoord niet tegelijkertijd zien.

Voor Beschaamd baseerde ik me op het werk Nude with a Yellow Flower uit 1994 van een van mijn favoriete pop-art kunstenaars, Roy Lichtenstein. Om tot de juiste verhoudingen te komen moest ik er zelf een stukje decor aan toevoegen.